Het ging over zandhappen enzo, de droogte van de woestijn dus…. 📖Psalm 63:1-6 David belandde op de vlucht in een woestijn. Had dorst naar water en dorst naar God….Dorst kun je ook hebben naar erkenning, rust, liefde en genade. Dat was bijvoorbeeld bij ‘’de vrouw bij de put’’. Zij kwam voor natuurlijke dorst maar had ook geestelijke dorst, zieledorst, leegte/dorheid in haar levem … en ze kreeg daar onverwacht en overvloedig ‘levend water’ voor.David daarentegen kende God al; en weet misschien wel als geen ander ‘’De God tot wie ik roep is geen afwezige’’. Omdat Hij zich Gods goedheid uit het verleden herinnert gaat hij ook nu tot God. Hij weet waar zijn dorst gelest kan worden. Vanuit die woestijn in zijn leven. Dat geeft hem dan toch hoop … die zeker is.